Blog

Zijn IJslanders echt anders….

zijn IJslanders echt anders

Precies vijf jaar geleden zwaaide ik het hek van de wei open en liet haar erin met de woorden: “Dit is de laatste verhuizing, hier gaan we nooit meer weg…” Twee weken geleden was ik om 7 uur bij de stal. Ze stond bij het hek te wachten. Ze leek het al te weten. Ik gaf haar een plukje hooi en een knuffel. “Nog een paar uurtjes. Dan kom ik je halen. Ik ga je naar een andere plek brengen….”

Zeven jaar geleden kwam Hafdis in mijn leven. Ze was 12 jaar oud en had een leven achter de rug als fokmerrie. We zijn een lange weg gegaan sindsdien, maar één ding is duidelijk: ze is mijn maatje voor het leven. De eerste 2.5 jaar hebben we bij IJslanderstallen gestaan. Zij blij in de kudde, en ik blij met de andere ijslandere liefhebbers. Ik wist niets van paarden houden, heb veel geleerd in die tijd en ook het rijden in de IJslandse gangen ging steeds beter. De stallen waren alleen wel ver weg, ik moest er een eind voor rijden.

Toen ik vijf jaar geleden naar de bossen in de Achterhoek verhuisde, kreeg ik een plaats aangeboden bij een stal op nog geen 2 minuten fietsen van mijn huis. Ik hoefde niet lang na te denken. Wat een fijne plek! Kleinschalig, 8 paarden, goede voorzieningen, lieve familie die het bedrijf voerde en geweldige uitrijmogelijkheden. Er waren alleen geen IJslanders. Maar daar zag ik het probleem niet zo van. Uitlatingen als ‘IJslanders zijn anders’ en “IJslanders kunnen alleen met IJslanders” vond ik eigenlijk een beetje overdreven. Het zou wel loslopen dacht ik.

De realiteit bleek anders. De paarden stonden bij de stal twee aan twee en na een half jaar had Hafdis al 5 weidemaatjes versleten. De een bleef haar aanvallen, de ander probeerde haar te dekken, van de volgende mocht ze niet eten en los daarvan gingen er ook paarden weg, of kwamen er bij, waardoor de weidesamenstelling steeds weer veranderde. Ze ging s’nachts op stal, net als de andere paarden. Ze was het niet gewend, maar t leek me geen probleem. Los van de problemen om een geschikt weidemaatje te vinden hadden we het enorm naar ons zin. Leuke stalgenoten, veel gezelligheid en fijne ritten, al bleek de tölt wel lastig te combineren met het draftempo van de grote paarden.

Met de eerste winter kwamen de eerste longproblemen, en ik was ervan overtuigd dat het door de stal kwam ( stro en stof). Hafdis verhuisde naar een wei waar ze 24/7 buiten kon blijven. Alleen ging het wederom met de weidegenoten niet goed. Een felle shetlander besloot dat ze niet in de kudde paste en stuurde haar naar een plek achterin de wei. Daar bleef ze. Ze trok zich terug, en leek het een beetje op te geven. Daarop kreeg ik een eigen wei, waar ik heel blij om was. Maar nu stond ze alleen, en dat was voor even niet erg, maar op de lange duur geen oplossing. Ik besloot zelf op zoek te gaan naar een IJslander maatje en via FB vond ik die. Een 27 jarige IJslandse merrie kwam haar gezelschap houden. Echter, gedurende de winter werd deze merrie erg mager en dus werd besloten om haar ‘s nachts op stal te zetten. Hafdis begreep er niets van. Iedereen verdween in de namiddag naar de stal en zij bleef alleen achter. Wederom keerde ze in zichzelf en haar vrolijkheid en levenslust verdwenen.

Ik besloot het anders aan te gaan pakken. Ik ging op zoek naar een tweede paard! Goed gezelschap voor haar, en een fijn rijpaard voor mij. Dat kwam goed uit, want door de jaarlijks terugkerende ( en steeds erger wordende) longproblemen kon ik Hafdis nog maar met mate rijden. Het eerste paard wat erbij kwam was een jonge ruin. Wat een avontuur was dat! Erg leuk, veel uitdagingen, maar ook heel veel werk, niet alleen om te rijden, maar ook om te verzorgen. De longproblemen van Hafdis bleven terugkomen, maar er kwamen ook andere problemen bij de paarden, zoals kreupelheid en zandkoliek.

Onze stal was inmiddels flink gegroeid, zo’n 25 paarden en evenveel dames, elk met hun vragen en wensen. Hard werken voor mijn stalbaas, veel drukte maar ook veel gezelligheid. Helaas ook veel wisselingen wat de nodige onrust gaf onder de paarden. Hafdis en ik zijn daar beiden gevoelig voor. We houden van rust en regelmaat, en teveel tumult en gedoe haalt ons uit ons evenwicht. Gelukkig had ik mijn eigen wei, met mijn eigen paarden. Maar op de een of andere manier lukte het me maar niet om de juiste balans te vinden qua verzorging en voeding. IJslanders hebben echt andere dingen nodig dan grote paarden, maar hoe en wat precies, dat bleef lastig. Ik liep voortdurend achter de feiten aan en dat maakte dat ik steeds meer bezorgd werd, en onzeker. Ik kreeg minder plezier in het rijden, en was vooral bezig bezig met het welzijn van de paarden. En bovenal voelde ik me schuldig, omdat ik de situatie maar niet onder controle kreeg.

Na twee jaar werd duidelijk dat de jonge ruin en ik niet de juiste klik hadden en ik besloot om een andere plek voor hem te zoeken. Het is een pleister op de wonde dat dat zo goed gelukt is! Helaas was ik ook weer terug bij af: Hafdis was weer alleen. Gelukkig kwam er al snel een lieve, mooie en veel belovende merrie op mijn pad en zij werd het nieuwe maatje van Hafdis. De blijdschap maakte echter al snel plaats voor nieuwe zorgen. De merrie bleek te struikelen en zelfs te vallen en toen bleek dat het niet verantwoord was om haar nog langer te rijden, moest ik wederom besluiten om afscheid te nemen. Ik was aangeslagen, verdrietig en teleurgesteld. Maar het ergste was nog dat ik midden in deze heftige en roerige periode niet zag wat ik wel had moeten zien: dat Hafdis veel te dik was geworden. Goed bedoeld maar verkeerd uitgepakt voerbeleid, alleen staan in een veel te volle wei, te weinig beweging (ivm slechte longen)…het moest misgaan. En dat deed het dan ook, met hoefbevangheid tot gevolg. En twee weken volgde later een koliekaanval.

Op dat moment drong de waarheid tot me door. Ik wilde geen tweede paard meer erbij. Ik durfde het niet aan. De zorgen, de stress, de onzekerheid; de situatie was me helemaal boven het hoofd gegroeid. Vijf jaar lang had ik alles gedaan wat in mijn macht lag, en kosten nog moeite gespaard. Een scala aan dierenartsen, osteopaten, natuurgenezers en peuten waren de revue gepasseerd. Om dan vervolgens te eindigen met een hoefbevangen paard, en nog wel door mijn eigen toedoen, was een bittere pil. Ik wil mezelf niet te veel verwijten maken, dat lost niets op, maar ik ben wél tot de conclusie gekomen dat er een hoop komt kijken bij de verzorging van paarden, en dat ik daar misschien niet de meest geschikte persoon voor ben. Te weinig ervaring, te onzeker, en makkelijk te beïnvloeden. Ik neem ieders raad aan, maar durf niet op mijn eigen gevoel te vertrouwen. En ik ben tot nog een andere een conclusie gekomen: een IJslander is écht anders, in vele opzichten. Dat zal niet iedereen met me eens zijn, dus laat ik voor voor mezelf spreken, maar waar het gaat om huisvesting, verzorging en gezelschap besefte ik echt dat mijn paard het meest gebaat was bij een plek waar andere IJslanders zijn. En andere IJslandermensen, voor mij. Met andere woorden: ik besloot dat we, ondanks een eerdere belofte, weer zouden gaan verhuizen.

Geen vrolijk verhaal. Maar wel een happy end! Toen ik mijn instructrice, Marieke Weber, vroeg of zij een stal wist bij mij in de buurt met andere IJslanders, bood ze ons een pensionplek aan bij haar (pas verhuisde) stal, in Harreveld. En daar staat Hafdis nu een paar weken. Nee, het is niet om de hoek. Ik moet er 50 minuten voor rijden. Maar wat ben ik er blij mee! Hafdis staat in een kudde van 7 merries, die de hele dag druk met elkaar zijn. Ze is vrolijk, relaxed en heeft ( nu al!) meer energie. Ze moet nog vele kilo’s kwijt, dat gaat tijd kosten, maar gaat vast lukken. Het is een rustige stal, goede voorzieningen, op een mooie lokatie. Voor mij betekent het dat ik de zorg wat meer los kan laten. Natuurlijk blijf ik verantwoordelijk voor mijn paard, maar ik heb nu fijne en ervaren hulptroepen, en dat is precies wat ik nodig heb. Ik kan weer ademhalen en slapen. Wat de toekomst brengt weet ik niet. Wat gaat er gebeuren met Hafdis’ longen? Zou het beter gaan hier? En wat nou als dat niet zo is, en ze kan steeds minder doen? Wil ik dan niet toch een ander rijpaard? Ik heb werkelijk geen idee. Het was geen makkelijke beslissing, en natuurlijk mis ik mijn oude stal en mijn stalgenootjes. Maar als ik haar, na slechts een paar weken, zie staan in de kudde, rustig slapend of ruzie makend, zoals alleen merries dat kunnen, dan weet ik dat ik het juiste heb gedaan.

Mieke Kuenen

Waar ben je
naar opzoek?

Asset 1