Blog

Beren op de weg

We maken een prachtige wandeling. Het is ook overdag onder nul en de wereld is een sprookje. Wit tot aan de horizon, onderbroken door bosschages en groepen reeën en herten, met aan de einder het grote bos. Daarin woont de beer. Echt waar. Roemenië heeft de grootste bruine berenpopulatie van heel Europa en één van al die beren woont hier bij ons om de hoek. 

De mensen uit de streek vertelden het verhaal al jaren geleden. Dat er een beer in het gebied woonde en ook een lynx. Die laatste heeft Ad een keer gezien, maar ook slechts één keer. Wolven gelukkig nooit. Die waren hier ooit wel. Onze buurman Ionel, God hebbe zijn ziel, kon het zo beeldend vertellen. Hoe hij als kind vanuit hun huis op winteravonden de zwarte schaduwen op een paar meter van zijn erf achter de huizen langs had zien trekken. Sluipmoordenaars in bleek maanlicht, op zoek naar kippen, ganzen, schapen, wat dan ook om hun honger te stillen. Huiveringwekkend, alleen het verhaal al, vond ik. Vandaag de dag zitten de dichtstbijzijnde wolven gelukkig op zo’n twintig kilometer afstand. Net ver genoeg voor onze dorpsgenoten om rustig te kunnen slapen.

Wel meenden we afgelopen herfst een lonely wolf op doortrek te hebben gehoord, huilend in de nacht. Het is indrukwekkend hoe je dan al je honden ziet reageren op die ‘call of the wild’. Hoe ze dan gezamenlijk gaan staan huilen naar de maan. Samen met andere honden in het dorp. Die trouwens fel reageren op ieder wild dat het dorp nadert. Een vos die over de hoofdstraat sluipt, de troep goudjakhalzen die door de heuvels zwerft en die gedurende de schemering ineens kan gaan gillen als een troep kinderen op schoolreis. De eerste keer dat ik de goudjakhalzen hoorde wist ik niet wat ik hoorde. Het is niet te plaatsen, het lijkt op niets. Ja, op gillende kinderen. Maar die hadden op dat uur in het duister niets te zoeken in de heuvels en doen dat doorgaans ook niet. 

Er is ook wild dat je niet hoort, niet ziet, maar wel duidelijk aan sporen herkent. Wilde varkens. Hele groepen hebben we hier. We zien hun sporen vooral in onze weides en grasland dat we willen maaien. Grote wroetplekken  die graszoden en hun wortels kapotmaken. We hebben die wroetplekken zelfs op een ochtend gevonden aan de buitenkant van het voerhek waar we in de winter de paarden bijvoeren. Dat moet een vreemde ontmoeting zijn geweest voor onze IJslanders, een koppel wilde varkens aan de andere kant van het voerhek dat daar in de grond staat te wroeten, bijna neus aan neus met hen.

Wij zijn bijzonder blij dat geen van deze dieren een gevaar is voor onze paarden. Met een beer is dat anders. We hebben het gezien bij een vriend van ons in de meer zuidelijk gelegen provincie Prahova, waar je geweldige buitenritten kunt maken op zijn prachtige paarden, onder wie een IJslander, jawel, door ons gefokt. Loki is zijn naam. En Alexandru, zo heet de vriend, heeft graag Loki zelf mee op buitenritten. Toen we kwamen kijken bij Loki en bij Alexandru en ademloos zijn geweldige omgeving in ons opnamen (zoek op Facebook maar eens op Alexandru Gaftoi of Husar Slanic) vroegen we aan hem of hij op de weidegronden geen problemen met wolf of beren had. Dat had hij God zij dank niet, nog nooit gehad ook. De volgende ochtend bleek een oude merrie van hem op de weide aangevallen te zijn door een beer. Met zijn scherpe klauwen had hij tijdens de achtervolging haar rug voor een deel ontveld. Dat klinkt afschuwelijk en dat was het ook, maar de dierenarts was er meteen, de merrie werd gered en is volledig hersteld. Maar ik zal nooit het beeld vergeten van die vijf parallel lopende lange schrammen langs haar bil, met een spanwijdte van wel twintig centimeter. Dat was de omvang van de enorme klauw waar ze ternauwernood aan ontsnapt was. 

We zijn blij dat we in ons gebied geen wolven hebben, maar dus wel een beer. Ondanks dat de lokale bevolking ons over hem of haar had verteld, hadden we de beer nog nooit gezien. De lynx ook niet. We namen het eigenlijk steeds minder serieus. Jaren hebben we op de paarden door de heuvels en door het bos gecrossed zonder ook maar aan de beer te denken. Het was een vriendin van ons die elke dag met haar drie honden door de heuvels wandelt, die de beer op een dag ontmoette. Het was als in een stripverhaal. Ze liep op een pad met aan weerszijden bosschages, op zo’n twee kilometer afstand van het dorp. Ze loopt daar vrijwel dagelijks. Het waren de honden die de beer het eerst in de neus hadden. Ze kwamen terug naar haar en bleven heel dicht bij haar lopen. En toen ineens verrees naast haar een beer, zich oprichtend op zijn poten, haar recht aankijkend van over de bosjes op een afstand van minder dan tien meter. Ze is heel rustig gebleven, in de wetenschap dat de bruine beer in beginsel niet agressief is en de mens bij voorkeur schuwt. Ze is heel rustig doorgelopen, de honden bij zich houdend. De beer verdween zoals hij was gekomen: volkomen geruisloos. 

Ze was nog steeds wit om haar neus toen ze ons kwam vertellen van deze bizarre ontmoeting. We geloofden haar niet. Zeiden we. Want we waren jaloers. Wij woonden er al dertien jaar toen en zij pas net. En nu al had ze de primeur van de beer. Maar natuurlijk geloofden we haar wel. Vanaf dat moment reden we toch wel anders met onze paarden en honden door het bos. Steeds als we in de buurt kwamen van de ‘ontmoetingsplek’ gingen we bij voorkeur hard zingen, want lawaai, daar houden ze niet van. En sinds de beer zo prominent verschenen was, werden onze soloritjes door het bos ook spannender. Het rijdt echt anders als je in je eentje onderweg bent met je paard in de wetenschap dat je de weg kunt kruisen van zo’n groot roofdier, al is het in beginsel dan ook een dier dat liever van jou wegloopt dan je opzoekt. Het zijn natuurlijk geen Grizzly-beren. Toch even opgezocht wat we moeten doen als we hem (of haar) per ongeluk storen, want daar houden ze echt niet van. Gelukkig ben je te paard een stuk sneller dan te voet, maar evengoed kunnen ze theoretisch zestig kilometer per uur halen. Er zijn leukere aanleidingen voor een galoprace!

Er ging een winter voorbij en het werd voorjaar in het dal. Het was in april dat Ad en ik met onze paarden een mooie buitenrit aan het maken waren. We waren alweer in de buurt van het dorp toen we om één of andere reden achterom keken naar iets dat onze aandacht vroeg. Misschien bleef één van de honden achter, ik weet het niet meer. Wel dat op dat moment onze blik werd getrokken naar de overzijde van het dal waar door de wintertarwe een groot donker dier naar beneden kwam hollen. ‘De beer!’ riep ik en we bleven samen met open mond kijken naar die grote, donkere gestalte die met grote, lompe sprongen met grote snelheid naar beneden kwam, het dal in, om daar door te steken en aan de andere kant naar boven te rennen richting het bos. Ademloos keken we die gestalte na. We konden onze ogen niet geloven. We reden naar de plek waar we hem het pad hadden zien oversteken, maar zagen geen sporen in het rulle zand. En toch was het de beer geweest. Eenmaal thuis Googleden we op filmpjes met rennende beren en toen wisten we het zeker: na al die jaren hadden we eindelijk in het echt, zij het op grote afstand, de beer van Oarba de Mureş gezien. 

De beer woont gelukkig niet letterlijk om de hoek. Dicht bij het dorp, waar ook onze paarden grazen, is hij nog nooit gezien. Onze oude paarden staan bij ons aan huis. We zijn voorzichtig, maar willen niet teveel beren op de weg zien. Daar wordt het leven ook niet beter van. Daarom maken we er vanuit Transsylvanië maar meteen een mooie Nieuwjaarswens van: een gezond en sportief nieuw jaar, zonder beren op de weg. Zorgeloos genieten met en van je paard!

Foto: links het dorp en ons huis, in de cirkel onze IJslanders. Rechtsboven onze stal. 

Panorama dorp 1024x644 1

Waar ben je
naar opzoek?

Asset 1